Scholen voor voortgezet onderwijs voeren een hapsnap beleid aangaande de psychische, lichamelijke en sociale gezondheid van hun leerlingen, wat ook de schoolprestaties niet ten goede komt.
Scholen zouden verplicht moeten worden tot een goed gezondheidsheidsbeleid en een preventiecoördinator moeten aanstellen, vindt de GGD Zuid-Limburg. "Er moet geïnvesteerd worden in leerlingen. Want gezonde leerlingen die prettig in hun vel zitten, presteren beter, zo wijzen onderzoeken uit. En ze worden beter op hun maatschappelijke taak voorbereid", aldus Nicole Boot, gezondheidswetenschapper bij de GGD Zuid-Limburg.
Boot deed onderzoek op achttien van de 25 scholen voor voortgezet onderwijs in deze regio, en ondervroeg ondermeer vierhonderd docenten. Ze promoveert volgende week aan de Universiteit Maastricht. Op dit moment staat de gezondheid van de leerling niet in de kerndoelen voor het voortgezet onderwijs. Scholen hoeven om die reden geen gezondheidsprogramma uit te voeren, vertelt Boot. Ze bestaan wel, maar het hangt van de school af of er iets mee gedaan wordt. "Scholen willen vaak wel, maar kunnen niet, omdat ze al zoveel moeten. Er is dus tijdgebrek, naast een gebrek aan draagkracht."
Ook GGD Nederland juicht structurele gezondheidsprogramma's toe en bevestigt dat in de huidige gezondheidsnota van de regering geen verplichting geldt voor scholen. "Wij vinden structurele aandacht voor de gezondheid van de leerling zinvol, en promoten altijd preventie", zeg een woordvoerster.
Volgens Boot zouden scholen niet alleen sportlessen moeten geven, maar ook les over gezonde voeding, gezond voedsel in de schoolkantine moeten serveren, aandacht moeten schenken aan zaken als overgewicht en pesten serieus nemen.
Bron: Spits
Terug naar het nieuwsoverzicht